Monday, February 17

Harry heeft vakantie!

Voordat we richting het noorden van Basse-Terre rijden eerst nog een paar keer snorkelen bij Plage de Petite Anse. Prachtige vissen en rotsformaties gezien; zou graag zelf foto’s gemaakt willen hebben, maar – hoewel de iPhone 15 waterdicht is –  vindt Paul het helaas geen goed idee met dat zoute water….Duh…. Dan maar foto’s gepikt van de website van het strandje: alle foto’s wel voorbij zien komen,  maar foto’s niet gemaakt!

voor deze prachtvis was ik nauwelijks 3 stappen de zee in...

Het plattegrondje op de website geeft duidelijk aan wat je waar zou moeten kunnen zien. Bij de “seagrass meadows “ zouden de zeeschildpadden moeten grazen en bij het koraal links en rechts tientallen verschillende soorten vissen. Op de schilpadden moeten we nog even wachten…

Op de avond voor vertrek komen de boer, boerin en hun 2 kinderen even afscheid nemen. Helaas spreken zij – net als bijna alle ander gastheren /-vrouwen niet of nauwelijks Engels, dus de gesprekken verlopen niet heel erg soepeltjes. Zij zijn de 9e generatie boeren op Guadeloupe en dus niet een gevalletje “Ik vertrek”! Vroeger teelden hun voorouders – net als alle andere boeren – rietsuiker; het eiland leefde toen en nu nog van de rum… Nu hebben ze een volledig biologische boerderij met koeien en veel fruit en wat suikerriet “voor eigen gebruik”.

Hij heeft ’n paar mirakelbessen uit één van z’n boompjes meegenomen. Na het eten van de zoete bessen bindt één of andere molecuul zich aan je smaakpapillen waardoor alles zoet smaakt; tot 2 uur lang geen bittere  en zure smaken! Werkelijk een mirakel!

Ook neemt-ie een corossol mee uit z’n boomgaard. Later blijkt dat wij het ruim 20 cm grote exotische fruit zuurzak noemen. Zij zegt nog even tussen neus en lippen door dat de pitten toxisch zijn en dat je die beslist niet moet doorslikken. Ook lees ik dat bij gebruik de vrucht (die qua structuur wat lijkt op gekookte kabeljauw) ernstige neuropathie kan veroorzaken (zoals Parkinson), dus ik heb maar een heeeel klein hapje genomen om te proeven.

proeven met gevaar voor eigen leven...

De rit van Saint-Claude naar Deshaies [des] duurt maar anderhalf uur; daar kunnen we pas om 15:00 uur aankomen, dus we gaan op ons gemakje lunchen op het strand en uitgebreid proviand inslaan bij de Leclerc. Tijdens de reis naar Ti Plézi hadden we gauw door dat het hier bij de toeristische plekken weer razend druk is. (Ik had al ergens op Facebook gelezen dat mensen na een lange rit aan het einde van de ochtend aankwamen bij Malendure (reservaat van Jacques Cousteau) en geen parkeerplaats meer konden vinden ter plekke. Hupsakee, weer terug!)

Inmiddels hebben we ook door dat het de afgelopen en komende week schoolvakantie is in Frankrijk. Heel veel Fransozen gaan even een weekje naar een Caraïbisch eiland… Mais biensûr!

Als je vroeg op pad gaat heb je geen problemen met parkeren of een schaduwplekje te vinden op het strand. Er zijn hier (bijna) nergens ligbedden en parasols op de stranden. (alleen bij ’n paar hotels) Wel veel palmbomen en struiken en daar zet ik dan m’n opvouwbare stoeltje onder: wel eerst even checken of er geen kokosnoten boven je plekje hangen. Kan dodelijk zijn… (het stoeltje past uiteindelijk in een hoesje van 20 cm lang, dus gaat makkelijk in de koffer!)

Ti Plézi (Klein (van petit) Plezier) is een klein Airbnb huisje, 2 jaar geleden gebouwd door Pascal in de achtertuin van de familie. Hij was loodgieter en volgens mij nu voornamelijk “artistiek houtbewerker”. Voldoende dood hout achter het regenwoud op de heuvel. Het huisje heeft veel leuke accenten. Overigens is alleen de slaapkamer (met mooie klamboe gelukkig) annex badkamer afsluitbaar, de rest het zitgedeelte en de keuken is helemaal open. De wind heeft vrijspel (veel met de bezem in de weer dus, hahaha) en de insecten,  hagedissen en tropische vogeltjes vinden het ook leuk in ons Open Huis). Eigenlijk een chique tent met grote voortent 😉. En weer – de heel gebruikelijke bac à punch – om lekker af te koelen. (het is hier overigens meestal rondom de 28°C, dus overheerlijk qua temperatuur) Opnieuw uitzicht op de Caraïbische Zee  en een stukje van Plage de Grande Anse, het langste (1 kilometer) strand van Guadeloupe.

Louter 2 jaar zeer positieve reviews voor dit Airbnb huis. Totdat de huurders vóór ons in hun beoordeling melding maakt van…… ’n haan bij de buren. En hij zou al vanaf 01:00 ’s nachts kukelen; hij is zeker ingevlogen vanuit Frankrijk en heeft nu last van ‘n jetlag. Onze gastvrouw suggereerde dat de haan dood moest; waarop ik voorstelde om coq au vin van het k*tbeest te maken…. Bon plan!

Van mei tot en met oktober is Deshaies  ’n poosje Honoré voor de opnames van “Death in Paradise”. Al eerder geschreven geloof ik dat dat een grappige BBC politieserie; het speelt zich af op het fictieve Britse Caraïbische eiland Saint-Marie. In het dorp - dat uit niet meer dan 3 of 4 straten bestaat – staan een paar gebouwen die voor de opnames worden gebruikt; het politiegebouw is tussen de opnames in omgebouwd tot museumpje en alles is er zoals het bij de opnames wordt gebruikt. En het voortdurend spelende intromuziekje van de serie maakt het “levensecht”…! Het dorp wordt overspoeld door fans van het programma, en wat we zo horen wordt het over de hele wereld uitgezonden. Er komen cruises en toeristenbussen met “Death in Paradise” als thema.

En heel toevallig wordt vandaag (maandag 17 februari, 21:00 uur Nederlandse tijd) op BBC First (da’s inclusief ondertitels) deel 1 van serie 14 uitgezonden. Er komt een nieuwe Detective Inspector en de Commissioner komt met groot nieuws; spanning alom. (alle afleveringen worden later regelmatig uitgezonden)

Ondertussen hebben we begrepen dat Harry – de animatie Anolis hagedis – tijdens z’n reces bij ons onder de koelkast woont.

Harry heeft vakantie!


Saturday, February 8

code geel!

En jawel, de wind trekt weer lekker aan voor de reis naar het vasteland. Het redelijk kleine bootje met ruim 100 Fransen en 2 Nederlanders  gaat de 20 minuten van de overvaart flink heen en weer…. De “stagiair” – het staat met grote letters op z’n werkkleding – moet zich blijkbaar bekwamen in het door de boot te lopen onder zware omstandigheden. Hij loopt rondje na rondje en heeft soms moeite om z’n evenwicht te houden. Hij blijft echter braaf doorlopen. Als dit ook al de les “stel de passagiers gerust tijdens woeste wateren” dan is-t-ie niet geslaagd. Zijn gezicht sprak boekdelen; erg blij was hij niet en beslist dan ook niet geruststellend.

Maar afijn we zijn weer heelhuids overgekomen en binnen 20 minuten rijden we naar “le Domain de l’Ilet”. Een viertal prachtige huisjes, die onderdeel maken van een biologische boerderij. Ze zijn gloednieuw en zijn voornamelijk opgebouwd met teakhout van het ‘domein’, en er is ook een waterleiding aangelegd voor regenwater (awel, er valt deze dagen – vooral ’s nachts – voldoende regen om de wc door te spoelen en de afwas te doen). Het uitzicht over de Caraïbische Zee – met de mooiste zonsondergangen en regenbogen  – is geweldig en de “bac à punch” (mini-zwembadje) is heerlijk om in te dompelen en af te koelen. 

Vlakbij la Soufrière (vulkaan), verschillende watervallen (Nationaal Park) en leuke strandjes met goeie snorkelmogelijkheden. Kortom, een heerlijk oord voor de komende 10 dagen. En veel fruit om ons heen; ze kweken passievruchten, guaves (het gezondste fruit dat er is en onder andere essentieel is voor gezonde haargroei; Google maar ‘ns), mango’s, kokosnoten, bananen … Onlangs kwam Caroline – de “boerin” – met een bak vol uit de boomgaard. Verwennerij!

guaves en passievruchten

En wat betreft verwennerij; we rijden in 5 minuten naar een schitterende Super U, één van de mooiste supermarchés op Guadeloupe! Ik zou haast willen zeggen het Walhalla…. En hoewel er ook hier zo nu en dan iets niet leverbaar is is het assortiment uitgebreid; in al die kleine supertjes op de eilanden is niet veel soeps te kopen en zijn de schappen vaak leeg. (op Les Saintes bijvoorbeeld waren de eieren een paar dagen op en ze zouden rond 18:00 uur geleverd worden; toen we om half zeven gingen kijken lag er nog één doosje in de schappen op ons te wachten)

En wat betreft de vulkaan: we waren nog maar net gesetteld en zaten op de veranda Facebook en dergelijke te checken. Via een Facebookgroep was er een officieel bulletin over verhoogde seismische activiteiten in de vulkaan geplaatst; code geel voor een eventuele vulkaan uitbarsting! En het bleek al rap dat we in Saint-Claude midden in de lavastroom zouden zijn. Gelukkig hebben we er inmiddels niets meer over gehoord en is het dus waarschijnlijk niet tot code oranje gekomen! (wel dezelfde dag nieuws gehoord over een aardbeving op Martinique;  de afstand van daar tot hier is even ruim 100 km, alleen Domenica ligt tussen de 2 Franse eilanden in) Toch wel even schrikken....

lavastroom....

Op dag 3 zijn we op pad gegaan naar 2 watervallen (les Chutes de Carbet). Nummer 3 – later in de week gepland naar toe te gaan – blijkt als gevolg van de vele regenval te zijn gesloten. Waterval 2 is vanaf het informatiecentrum op een aftstand van 20 minuten wandelen over een mooi pad, voor 1 hadden we 3 uur extra berekend. Al na zo’n 20 minuten van de klim naar 1 besloten we om om te keren omdat het pad erg modderig was en de keien glad door de regen waren. Jammer, maar veiligheid voor alles! En juist tijdens dat stuk, enigszins gehaast door een tegenligger, maak ik een glijder en beland ik met een smak op m’n rug. Tijdens de val zag ik mezelf al in de ‘trauma-helikopter’ liggen…. Maar ja, gelukkig zei dokter Somers dat er niets aan de hand was. Het enige is dat m’n rug net boven m’n bekken pimpelpaars is geworden en volgens de diagnose van dokter Somers (en zo nu en dan ’n foto als bewijs) wordt dat nog wel steeds erger, maar de dokter had gelijk: gelukkig niets aan de hand.

2 Dagen later zijn we dan ook vol goede moed naar de Soufrière gereden voor een beklimming naar de top op 1467 meter. We hadden een wandeling met gids geboekt voor vrijdag (leuke bijkomstigheid is dat je met een gids de krater in mag, met gasmaskers op). Maar omdat ik geen idee had hoe het zou gaan met m’n rug en omdat Meteo France de hele dag regen had voorspeld voor op de vulkaan voor vrijdag (en mooi weer voor woensdag!)

Nu is het bekend  dat de top van de vulkaan maar 7 dagen per jaar zichtbaar is, dus houd rekening met het ergste. Zelfs de mooiste dag van de week (volgens Meteo France) liepen we al rap in harde wind, mist en soms venijnige buitjes te sjokken over de keien en waren zeker niet de enigen. Dat was de reden waarom we er al om half acht waren; als je te laat komt dat moet je langs de weg parkeren en tik je er zo een kilometertje bij. Ik denk dat er zo’n dag 150 wandelaars omhoog gaan. Sommige sportievelingen half rennend, ’n enkeling met slippers of een galant wit cocktail jurkje. Soms met jonge kinderen of oude baasjes (nog ouder dan wij..) Soms onbegrijpelijk; wij hebben het gehaald tot een paar meters onder de top, maar de laatste klim was te heftig in de stromende regen. Was ’n moeilijk besluit om terug te gaan, maar we hebben wel meer vulkanen beklommen. Onder het motto “been there, seen it en done it” Klinkt wellicht blasé maar het was wel een goedmakertje voor onze te vroege terugkeer. Tijdens de terugtocht (eigenlijk nog lastiger dan de tocht omhoog, kost wel minder energie) komen we een Amsterdams echtpaar tegen die we een dag eerder tijdens de Engelse tour bij de Bologne Rum destilleerderij spraken. We krijgen het idee dat ze geen idee hebben waar ze aan begonnen; wij zijn op z’n minst goed voorbereid op pad gegaan.

Overigens dus maar 7 dagen per jaar zichtbaar die top? Wij hebben 'm vanuit de boomgaard - in de verte - gezien. Maar toch!

daar is-t-ie!

De volgende dag –  het is inmiddels donderdag –  is rustdag! De ‘boerin’ heeft ons via WhatsApp een enorm aantal goede tips gestuurd; één leuke is het strandje “Petite Anse”. Inderdaad een klein en zeer populair strandje, waarschijnlijk vooral omdat je er zo mooi kan snorkelen! Er zijn ook 2 razend drukke restaurants.

De volgende dag gaan we op herhaling want het is inderdaad lekker toeven  daar.  We schuiven aan bij Chez Chantal en er wordt voor ons een extra tafeltje tevoorschijn gehaald; druk dus. We bestellen een biertje en een Ti' Punch (het lokale aperitiefje bestaand uit rum, rietsuiker en limoensap).  Vreemd genoeg wordt er naast alle andere ingrediënten een (liter) fles rum o0p tafel neergezet. Geen idee wat je mag inschenken en ben maar bescheiden gebleven. Op ander tafels zie ik dat er meerdere keren ingeschonken werd…. Maar ja met een alcoholpercentage van 50% val je dan toch wel heel snel in slaap! 

beetje bijschenken....?

Na dat ene drankje hebben we niets meer gehoord van Chantal en na een uur wachten hadden we nog steeds niet onze met beleid uitgekozen gerechten kunnen bestellen… Op hoge poten bij de bar maar wat accras (die pittige oliebolletjes) besteld en afgerekend. Jammer want ik had me verheugd op het proeven van de Rougail Saucisse en het gerecht af te vinken.

Morgen weer aan de wandel!